Clubkampioenschap

Er wordt jaarlijks een clubkampioenschap ingericht voor alle leden. Aan competitie kan men pas deelnemen vanaf het jaar dat je zes wordt. Enkel de officiële wedstrijden, erkend door de VAL, LBFA en IAAF. De clubkampioenen ontvangen enkel een prijs wanneer het lidgeld voor het nieuwe seizoen voldaan is. De clubkampioenen ontvangen op de jaarlijkse kampioenenviering, een beloning voor hun prestaties.

Kangoeroes, benjamins

Voor deze categorieën wordt geen klassement gemaakt. De atleet moet enkel voldoen aan het opgedragen aantal wedstrijden, zoals vermeld bij pupillen en miniemen.

Pupillen, miniemen

Indoor

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap indoor dient iedere atleet in de loop van het indoorseizoen met succes aan minstens 4 proeven deel te nemen, waarvan minstens 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer. We kennen aan elke proef punten toe a.d.h.v. de VAL tabellen jeugd. We nemen de hoogste punten van elke categorie , dus 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer, diegene met de hoogste score wint. Er is slechts 1 kampioen per categorie.

Cross

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap cross dient ieder atleet in de loop van het seizoen met succes deel te nemen aan minstens 4 crossen. Bij de berekening wordt de behaalde plaats in de rangschikking gedeeld door het aantal aangekomen atleten (bij een kampioenschap vb. Provinciaal of Belgisch wordt het aantal aangekomen atleten verdubbeld), afgerond tot op 3 cijfers na de komma. De vier laagste resultaten worden in aanmerking genomen en opgeteld. Diegene met de laagste score wordt clubkampioen. Per categorie zijn er 2 kampioenen, namelijk een 1ste jaars en een 2de jaars.

Piste

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap piste dient iedere atleet in de loop van het seizoen met succes deel te nemen aan minstens 3 wedstrijden en aan tenminste 8 proeven, waarvan minsten 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer.

Bij de meerkampen wordt iedere onderdeel beschouwd als een proef. Ook de deelname aan een aflossing wordt beschouwd als een proef.

Vanaf cadet

Er wordt jaarlijks een clubkampioenschap ingericht voor cadetten, scholieren, junioren, senioren en masters (voor deze laatste per leeftijdstrap van 5 jaar) en dit zowel voor crossen, indoor- als pistewedstrijden. Enkel de officiële wedstrijden, erkend door de VAL, LBFA en IAAF, en waarvan de uitslag vóór 15 november in bezit is van de secretaris worden in aanmerking genomen voor het clubkampioenschap. De wijze waarop het clubkampioenschap verloopt wordt ieder jaar door het Bestuur bij de aanvang van het seizoen meegedeeld via een nieuwsbrief en/of website. De clubkampioenen ontvangen op de jaarlijkse kampioenenviering, een beloning voor hun prestaties.

Indoor

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap indoor dient iedere atleet in de loop van het indoorseizoen met succes aan minstens 4 proeven deel te nemen. Het gaat hier duidelijk om proeven en geen wedstrijden. Zo kan men in iedere wedstrijd deelnemen aan meerdere proeven. Bij de meerkamp wordt ieder onderdeel beschouwd als een proef. Ook de deelname aan een aflossing wordt beschouwd als een proef. Enkel de 4 beste proeven worden in aanmerking genomen bij de berekening van het puntentotaal.

Voor de berekening van het puntentotaal wordt, naargelang de categorie, de Hongaarse of VAL tabellen gebruikt en doorgerekend naar een score van 1 tot 7 punten. Alle proeven die volgens de tabellen niet in aanmerking kunnen komen voor punten krijgen steeds de laagste score van 1 punt.

Deze score wordt als volgt bepaald:

Punten volgens de tabellen Punten voor het clubkampioenschap
Minder dan 140 punten
1 punt
141 tot 300 punten
2 punten
301 tot 480 punten
3 punten
481 tot 680 punten
4 punten
681 tot 900 punten
5 punten
901 tot 1140 punten
6 punten
1141 en meer punten
7 punten

Clubkampioen wordt diegene die het hoogste puntenaantal behaalt. Indien er meerdere atleten zijn met hetzelfde puntenaantal wordt de puntenverdeling van de 4 beste proeven, van de grootste naar de laagste score, vergeleken. Indien nog geen verschil hebben we een ex-aequo.

Cross

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap veldlopen vanaf cadet dient iedere atleet in de loop van het seizoen met succes deel te nemen aan minstens 4 crossen. Er kan maar één cross per dag in rekening gebracht worden.

Bij het berekenen wordt er enkel rekening gehouden met de deelgenomen acko-atleten, het gaat tenslotte over de kampioen van de club. De eerste acko-atleet krijgt het meeste aantal punten. De vier hoogste cijfers komen in aanmerking en worden opgeteld. Clubkampioen wordt diegene met het hoogste puntenaantal. Bij ex-aequo wint de atleet die deelnam aan de acko-cross en daar de meeste punten scoorde.

Afhankelijk van het type cross zijn er meer of minder punten te verdienen. De vooraf toegekende categorieën voor een regionale veldloop (categorie 1 t.e.m. 5) zijn zuiver indicatief. Het acko-bestuur hanteert een eerlijk systeem op basis van de kwaliteit/kwantiteit van de veldloop-bezetting. De mogelijkheid bestaat dat bepaalde crossen alsnog van categorie wijzigen (zowel positief als negatief). Van zodra de crosskalender uit is zal het aantal punten per cross worden meegedeeld. 

* Punten voor het deelnemen aan de CrossCup Relay kunnen enkel meegerekend worden indien er met een volledig acko-team gelopen wordt.

– Er valt een bonus punt te verdienen per keer dat de atleet actief meehelpt op een clubactiviteit.

Zie hier de puntenverdeling per cross.

Piste

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap piste dient iedere atleet in de loop van het seizoen met succes aan minstens 8 proeven deel te nemen.

Het gaat hier duidelijk om proeven en geen wedstrijden. Zo kan men in iedere wedstrijd deelnemen aan meerdere proeven. Bij de meerkampen wordt iedere onderdeel beschouwd als een proef. Ook de deelname aan een aflossing wordt beschouwd als een proef.

Enkel de beste 8 proeven, waaronder minstens 2 verschillende disciplines, worden in aanmerking genomen bij de berekening van het puntentotaal. Een atleet die in de loop van het seizoen 10-maal kogelstoten doet komt wel in aanmerking voor het clubkampioenschap, maar bij de berekening van het puntentotaal wordt slechts de 6 beste proeven in aanmerking genomen. Om 8 proeven in aanmerking te kunnen nemen dient deze atleet naast kogelstoten bijkomend aan 2 andere disciplines deel te nemen.

Voor de berekening van het puntentotaal wordt, naargelang de categorie, de Hongaarse of VAL tabellen gebruikt en doorgerekend naar een score van 1 tot 7 punten. Alle proeven die volgens de tabellen niet in aanmerking komen voor punten krijgen steeds de laagste score van 1 punt.

Deze score wordt als volgt bepaald:

 
Punten volgens de tabellen Punten voor het clubkampioenschap
Minder dan 140 punten
1 punt
141 tot 300 punten
2 punten
301 tot 480 punten
3 punten
481 tot 680 punten
4 punten
681 tot 900 punten
5 punten
901 tot 1140 punten
6 punten
1141 en meer punten
7 punten

Clubkampioen wordt diegene die het hoogste puntenaantal behaalt. Indien er meerdere atleten zijn met hetzelfde puntenaantal wordt de puntenverdeling van de 8 beste proeven, van de grootste naar de laagste score, vergeleken. Indien nog geen verschil hebben we een ex-aequo.